Home > AQUIRIS > Geschiedenis

Geschiedenis

De Zenne, een natuurlijk bekken voor afvalwater

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest maakt deel uit van het hydrografische bekken van de Zenne, dat op zijn beurt deel uitmaakt van het Scheldebekken. Sinds de 11de eeuw bevordert deze rivier de ontwikkeling van de handel en nijverheid in het gebied (leerlooierijen, verfindustrie, brouwerijen, azijnstokerijen, papiermolens enz.). In de 16de eeuw wordt de Zenne echter een openluchtriool en haar overstromingen veroorzaken dodelijke epidemieën.

Een eerste overwelvingsprogramma wordt aangevat op het einde van de 19de eeuw en de rivier verdwijnt onder de Lemonnier- en de Anspachlaan. In de jaren ’50 wordt de loop van de Zenne omgeleid. Een tweede golf overwelvingswerken overdekt de rivier volledig, van de Veeartsenstraat tot Werkhuizenkaai, waar ze weer te voorschijn komt ter hoogte van het terrein van het station.

Het waterzuiveringsschema

Om te zorgen dat de Zenne haar oorspronkelijke bestemming terugkrijgt, wordt in de 'jaren '80 zuiveringsschema uitgewerkt om het afvalwater van de 3 onderbekkens van de rivier te behandelen:

  • het zuidelijke bekken,
  • het noordelijke bekken,
  • het Woluwe bekken, waarvan een deel in het Vlaams Gewest ligt.

Akkoorden tussen het Brussels en het Vlaams Gewest leiden begin jaren '90 tot een samenhangend zuiveringsschema, met de inplanting van twee zuiveringsstations, het ene in het zuiden van het Gewest en het andere in het noorden.

Het station van Brussel-Zuid

Het eerste station, Brussel-Zuid, wordt in dienst genomen in juli 2000. Het bevindt zich op de grens van de gemeenten Anderlecht en Vorst. Het station behandelt ongeveer een derde van het Brusselse afvalwater (het equivalent van 360.000 inwoners).

Het station van Brussel-Noord

Het afvalwater van het noordelijke bekken en van het Woluwebekken wordt behandeld door het station van Brussel-Noord, dat een grotere capaciteit heeft (het equivalent van 1.400.000 inwoners).

Via een aanbesteding voor de ontwikkeling, bouw en exploitatie gedurende 20 jaar van het station, werd de opdracht toevertrouwd aan AQUIRIS. De exploitatie is gestart in maart 2007.

De bouw van het zuiveringsstation

December 1997:
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest lanceert een oproeping van gegadigden voor een toewijzing van openbare opdracht die inhoudt: De bouw van een zuiveringsstation in het noorden van Brussel dat het afvalwater kan verwerken van 1.100.000 inwonerequivalent. De bouw van een afvalwateraanvoercollector van 6,5 km op de linkeroever van het kanaal van Willebroek. De aansluiting van de behandelingsinstallaties op de bestaande collectoren. De uitbating van deze werkstukken over een duur van 20 jaar.

November 1998:
Aquiris, groepering van ondernemingen geleid door Veolia Water, de nummer 1 in de wereld voor waterbehandeling, wordt door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geselecteerd om een offerte in te dienen in het kader van de toewijzingsopdracht.

April 1999:
Publicatie door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van het raadplegingsdossier.

November 1999:
Overhandiging van de offerte van Aquiris.

Juni 2001:
De opdracht wordt toevertrouwd aan Aquiris.

September 2001:
Indiening van de verschillende stedenbouwkundige en milieuvergunningsaanvragen.

Maart 2002:
Bekomen van de asbestverwijderings- en afbraakvergunningen, opstarten van de overeenkomstige werken.

Juni 2002:
Bekomen van de stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van de collector op de linkeroever.

November 2002:
Begin van de voorbereidende wegenwerken voor de bouw van de collector op de linkeroever.

Januari 2003:
Bekomen van de milieuvergunning voor de sanering van de bodem.

Juni 2003:
Bekomen van de stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van het zuiveringsstation en van de milieuvergunning voor de uitbating ervan. Begin van de bouwwerken van het station en de boring van de collector op de linkeroever.

Oktober 2006:
Einde van de bouwwerken, begin van de testperiode.

Maart 2007:
Indienststelling van het station, begin van de uitbatingsperiode van 20 jaar.

Gelet op het industriële karakter van de zone werd gekozen voor een hedendaagse architecturale benadering. Het architecturale totaalproject is volledig overdekt en afgesloten en vormt een compacte fabriek.

De bestaande collectoren (rechteroever, Woluwe en Haren), die momenteel uitmonden in de rivier, ter hoogte van het terrein, zijn op het station aangesloten.

De nieuwe collector van de linkeroever is gebouwd onder de openbare weg langsheen de linkeroever van het kanaal: Havenlaan, Claessensstraat en Vilvoordsesteenweg. Deze is uitgevoerd in delen - 11 in totaal - op een diepte van 8 tot 18 meter.

Elk collectordeel is gebouwd met behulp van een tunnelgraafmachine. Deze machine maakte het mogelijk de ondergrondse boringen uit te voeren waarin de buis werd geplaatst (tunnelgraaftechniek). Hiervoor werd de tunnelgraafmachine op het vereiste niveau gebracht via een speciaal gegraven put, de zogenaamde werkput. Het eigenlijke boren kon dan beginnen.

Naargelang vordering in de ondergrond werd gemaakt, werd de uitgegraven aarde afgevoerd via de werkputten. De ringen waaruit het tunneldeel bestaat werden aangevoerd via dezelfde put om te worden geassembleerd in de gecreëerde tunnel.

De vordering van de machine gebeurde met behulp van een uiterst precies lasergeleidingssysteem. Wanneer de machine het einde van het tunneldeel bereikte, werd deze weggetrokken door een tweede put, die uitgangsput wordt genoemd.

11 putten werden aangelegd langsheen de openbare weg, 6 werkputten en 5 uitgangsputten. Deze werden aangelegd langs de wegrand om de hinder voor het verkeer tot een minimum te beperken. De rechthoekige vorm neemt maximaal een baanvak in beslag.

De collector onderschept vijf bestaande collectoren (Paruck, Drootbeeck, Molenbeek, Beyseghem en Marly), die het afvalwater afvoeren van de wijken ten noorden van het kanaal van Willebroek.

Tijdens de bouw stroomde dit water uiteindelijk in de Zenne, met uitzondering van het water opgevangen door de collector van de Drootbeek, dat in het kanaal terecht kwam.